|
Ik ga badmintonnen, maar hoe? |
|
|
|
|
Wedstrijdvormen Badminton kent een vijftal wedstrijdvormen onderverdeeld in enkel spelen (dames- en herenenkelspel; DE en HE) en dubbel spelen (dames-, heren- en gemengdubbelspel; DD, HD en GD).
Het speelveld
Het badminton speelveld ziet er als volgt uit: 
Hierbij is links in grijs aangegeven het speelveld bij een dubbelspel waarbij het donkergrijze gedeelte ("kort en breed") een serveervak markeert. Rechts geeft in grijs het veld bij een enkelspel aan waarbij donkergrijs eveneens een serveervak ("lang en smal") markeert. In de Ridderhal, die voor verschillende sporten wordt gebruikt, zijn de badmintonlijnen overigens wit van kleur!
Het spel en de knikkers Badminton gaat, net als ieder ander spel, om het scoren van punten. De puntentelling is pas geleden drastisch veranderd, waarbij overgegaan is naar het 'rally-point' systeem. Dit betekent dat je voor elk punt wat je scoort direct een punt krijgt. De speler/ster die het laatste punt gescoord heeft mag de shuttle weer in het spel brengen ('serveren'). Bij aanvang van een wedstrijd wordt er getosst om te bepalen wie er als eerste mag serveren. Een herensingle, damessingle, herendubbel, damesdubbel en gemengddubbel wordt gespeeld tot 21 punten. Heeft een speler/ster als eerste de 21 bereikt dan heeft men een set gewonnen. Een set dient met minimaal 2 punten verschil gewonnen te worden. Indien dit niet het geval is (bijvoorbeeld bij een stand van 21-20) wordt er net zolang doorgespeeld todat er 2 punten verschil is, maar uiterlijk totdat iemand als eerste de 30 punten heeft bereikt (30-29 kan dus voorkomen).
Doel van het spel is het winnen van 2 sets, in goed Nederlands ook wel "best of three" genoemd.
Wat kan er allemaal fout gaan? Men maakt een fout indien: -de shuttle binnen het eigen speelveld op de grond valt, -de shuttle buiten het veld van de tegenpartij wordt geslagen (onder het net door, tegen de zijmuur of tegen het plafond is eveneens fout), -de shuttle geslagen wordt voordat deze het net is gepasseerd; -de shuttle door beide partners (van een dubbel/mix) wordt aangeraakt of -de shuttle buiten het serveervak wordt geslagen tijdens het serveren. Overigens, een service die via het net binnen het serveervak valt is dus wel degelijk een punt!
Serveren; de opslag Serveren, het in het spel brengen van de shuttle, wordt gedaan met een onderhandse slag d.w.z. het blad van het racket dient bij het raken van de shuttle duidelijk onder de hand die het racket vasthoudt te zijn. De serverende speler dient in zijn eigen servicevak te staan en de shuttle in het diagonaal er tegenoverliggende vak te slaan.
Serveren; de grote stoelendans Beginnende badmintonners hebben er altijd veel moeite mee; waar moet ik nu staan?
Tijdens het serveren is er een serverende partij en een ontvangende partij. De service moet vanuit het rechter serveervak worden geslagen als de serverende partij nul of een even aantal punten heeft (0,2,4,enz). De service moet vanuit het linker serveervak worden geslagen als de serverende partij een oneven aantal punten heeft gescoord (1,3,5,7,enz). De speler/ster die het laatste punt heeft gescoord mag serveren.
Bij een dubbelspel staan er twee spelers/sters op een speelhelft. De volgorde van serveren en ontvangen is hierdoor een stuk complexer dan bij een enkelspel. In dit document is uitgebreid beschreven wat de volgorde van serveren en ontvangen is bij een dubbelspel.
|
|
|